Eefje, een vrolijk Teckeltje van 3 jaar kreeg last van bloedverlies uit de vulva. Het leek volgens de eigenaar een beetje op loopsheid, maar dat kan eigenlijk niet, omdat ze ongeveer 1,5 jaar geleden gesteriliseerd is (ovariectomie).


Als een hond bloedverlies uit de vulva heeft, is het belangrijk om te onderzoeken waar dat bloed vandaan komt. Dit is te onderzoeken door met een camera een inwendig onderzoek te doen (vaginoscopie) en dit hebben we gedaan bij Eefje. Het bloed bleek uit de baarmoeder te komen en het slijmvlies was bleek en erg gezwollen. Een bleek en gezwollen slijmvlies is typerend voor “oestrogeeninvloed”, dit zien we ook bij loopsheid. Eefje is dus inderdaad loops geworden!


Loopsheidverschijnselen bij teven die gesteriliseerd zijn, ontstaan door de blootstelling aan hormonen (oestradiol, oestrogenen). Dit soort hormonen worden in het lichaam vooral geproduceerd door de eierstokken (ovaria). Na ovariectomie (ook wel sterilisatie genoemd), kunnen deze verschijnselen niet meer optreden, tenzij er bij de operatie een stukje eierstokweefsel is achtergebleven of de hond krijgt via een andere weg oestrogenen binnen.


Het bleek dat de eigenaresse van Eefje een spray op haar huid gebruikt die oestrogenen bevat. We hebben de eigenaresse geadviseerd om te stoppen met de spray en in overleg met haar arts op zoek te gaan naar alternatieven. Binnen een week was de uitvloeiing gestopt en de vulva werd weer langzaam kleiner.


De eigenaresse van Eefje gebruikte de spray strikt volgens voorschrift: de spray werd niet gebruikt in het bijzijn van Eefje en het behandelde deel van de huid werd steeds bedekt met kleding. Desondanks kreeg Eefje toch de oestrogenen binnen. Opgepast dus met middelen die oestrogenen bevatten!


Ook een patiënt verwijzen voor vaginoscopie? Neem contact met ons op voor meer informatie en het plannen van een afspraak.

We zien in de praktijk dagelijks honden en katten met milde tot ernstige gebitsproblemen. Vaak merk je er als eigenaar helemaal niets van, maar ondertussen heeft je huisdier er wel last van!

Gebitsproblemen bij honden en katten

Helaas heeft het grootste deel van de honden ouder dan 3 jaar problemen aan het gebit. Ook bij katten komen gebitsproblemen veel voor. Tandplak en tandsteen veroorzaken parodontitis, parodontitis is een ontsteking aan het tandvlees.

Gevolgen van gebitsproblemen bij honden en katten

Parodontitis veroorzaakt een vieze lucht uit de bek. Daarnaast kan tandvleesontsteking pijn en ontstekingen elders in het lichaam veroorzaken zoals ontstekingen van hartkleppen, lever en nieren. Dit kan tot ernstige lichamelijke problemen leiden. Gelukkig kan je dat voorkomen door dagelijks de tanden van je hond of kat te verzorgen.

Hoe kunt u gebitsproblemen bij uw huisdier herkennen?

  • Gebitsproblemen bij uw hond of kat kunt u aan de volgende symptomen herkennen:
  • Uw hond of kat stinkt uit zijn bek.
  • Uw huisdier kan een verandering hebben in het eetgedrag.
  • Het tandvlees van uw huisdier is rood.
  • Op de tanden van uw hond of kat ziet u tandsteen (bruine verkleuring).

Hoe kunt u gebitsproblemen voorkomen bij de hond of kat?

  • Poets de tanden van uw hond of kat dagelijks.
  • Geef uw huisdier voornamelijk brokken. Heeft uw hond of kat snel last van tandsteen kunt u ook speciale grotere brokken tegen de vorming van tandsteen geven.
  • Geef uw hond dagelijks een kauwproduct waar de hond minimaal 15 minuten op kan kauwen.
  • Geef uw dier speciale tand reinigende speeltjes, bijvoorbeeld een flos.

Uw hond of kat heeft gebitsproblemen, wat nu?

Op het moment dat uw hond of kat last heeft van gebitsproblemen is het belangrijk om een afspraak te maken voor een gebitsbehandeling. Voorafgaand aan deze afspraak kunt u op controle komen zodat de dierenarts het gebit van uw dier kan beoordelen en een inschatting kan maken van de behandeling.

De gebitsbehandeling bij uw hond of kat

Wij voeren veel gebitsbehandelingen uit en beschikken over veel kennis over tandheelkunde en moderne apparatuur. U kunt onze mogelijkheden lezen op de tandheelkunde pagina.

Tijdens de gebitsbehandeling van uw hond of kat zal allereerst als het tandsteen worden verwijderd. Hierna kan de dierenarts de tanden goed beoordelen. Soms is het nodig om een röntgenfoto te maken van de tand of de tand te verwijderen. De tanden van de hond of kat worden na de behandeling altijd gepolijst. Uw hond of kat is tijdens de behandeling onder narcose, de hond of kat merkt dus niets van de behandeling.

Wij helpen u graag verder met al uw vragen over gebitsverzorging en – problemen bij de hond en kat. Daarvoor kunt u contact met ons opnemen.

In de praktijk zien wij veel konijnen en knaagdieren met gebitsproblemen. De gebitsproblemen kunnen verschillende oorzaken hebben en hebben vaak ernstige gevolgen voor het konijn of knaagdier.

Hoe ontstaan gebitsproblemen bij konijnen en knaagdieren

Gebitsproblemen bij konijnen en knaagdieren kunnen verschillende oorzaken hebben zoals:

  • Te weinig slijtage van de kiezen, veroorzaakt door verkeerde voeding
  • Te kort aan calcium en vitamine D, veroorzaakt door verkeerde voeding
  • Erfelijke afwijkingen

Te weinige slijtage van de kiezen

De tanden en kiezen van konijnen en knaagdieren blijven het hele leven doorgroeien. Om deze reden is het belangrijk dat een konijn of knaagdier knagen op de voeding zodat de tanden afslijten. Als een konijn of knaagdier onvoldoende knaagt of onvoldoende hooi krijgt slijten de tanden niet goed af en kunnen er gebitsproblemen ontstaan.

Wist je dat de voeding voor minimaal 80% uit hooi moet bestaan!

Te kort aan calcium en vitamine D

Een andere reden waardoor gebitsproblemen ontstaan is een te kort aan Calcium en vitamine D, dit komt door verkeerde voeding. Door het te kort ontstaan er wat we noemen Metabolic bone disease. Dit is een aandoening waarbij het kaakbot ontkalkt en slapper wordt. Door deze verandering in het kaakbot veranderd de stand van de tanden of komen de tanden los te staan.

Het is belangrijk om uw dier te voeren met biks. Biks is het voer waarbij alle brokjes hetzelfde zijn.  Gemengd voer, dit is het voer waarbij granen en biks door elkaar gemengd zijn, uit onderzoek blijkt dat deze voeding 100 procent kans op het ontstaan van gebitsproblemen.

Goede voeding bestaat uit 80 procent hooi, 10-15 procent groenvoer, en 5 procent biks.

Gebruik geen knaagstenen

In knaagstenen voor het konijn en knaagdier zit calcium echter dit is een te veel aan calcium. Op het moment dat u een knaagsteen aanbiedt aan uw dier vergroot dit de kans op blaasstenen.

Erfelijke afwijkingen

Ook kan een gebitsprobleem ontstaan door erfelijke afwijkingen bijvoorbeeld bij een verkeerde stand van de kaak.

Lees hier meer over gebitsproblemen bij konijnen en cavia’s.

Gevolgen van gebitsproblemen bij konijnen en knaagdieren

Op het moment dat het konijn of knaagdier last heeft van gebitsproblemen gaat dit vaak samen met pijn in de bek. Als gevolg van pijn in de bek gaat het dier slechter of niet meer eten. Bij konijnen en knaagdieren geeft dit snel nadelige gevolgen. Niet eten kan als gevolg hebben dat het maagdarm stelsel stil komt te liggen. Als dat gebeurd gaat het dier snel achteruit en kan het dier zelfs overlijden.

Hoe kunt u gebitsproblemen bij uw konijn of knaagdier herkennen?

  • Slechte of geen eetlust
  • Speekselen dit is te herkennen aan een natte kin
  • Plakkerige ontlasting of verstopping
  • Uitvloeiing uit ogen en neus
  • Slechte conditie

Gebitsproblemen voorkomen

Het belangrijkste om gebitsproblemen bij konijnen en knaagdieren te voorkomen is voeding!

Voldoende ruw voer

Ten eerste moet er voldoende ruw voer, zoals hooi ter beschikking staan voor het dier. Op deze manier kunnen de kiezen afslijten. De voeding van uw konijn of knaagdier moet minimaal voor 80 prcent uit hooi moet bestaan!

Geef biks en geen gemengd voer

Het beste is om aan uw konijn of knaagdier bikskorrels te voeren, geen gemengd voer. Konijnen en knaagdieren eten vaak alleen het lekkerste op uit de gemengde voeding. Hierdoor eet het dier niet de bikskorrel op die ertussen zitten. Dit heeft als gevolg dat het konijn of knaagdier te weinig calcium en vitamine D binnenkrijgt en problemen krijgt aan het kaakbot.

Gemengde voeding geeft 100 procent kans op het ontstaan van ernstige gebitsproblemen bij konijnen en knaagdieren. Het is belangrijk om het dier minimaal 80 procent hooi te voeren, 10 tot 15 procent groenvoer en maximaal 5 procent biks.

Lees hier meer over de optimale voeding bij konijnen en cavia’s.

Het behandelen van gebitsproblemen van uw konijn of knaagdier

Er zijn verschillende behandelingen voor gebitsproblemen bij konijnen en knaagdieren, zoals:

  • Haken wegslijpen
  • Snijtanden slijpen
  • Het verwijderen van snijtanden of kiezen

Bij ons op de praktijk behandelen we regelmatig konijnen en knaagdieren met gebitsproblemen. Als uw konijn of knaagdier een gebitsprobleem heeft kunt u het beste een afspraak bij ons maken. Tijdens de afspraak kan de dierenarts het gebit goed bekijken, een behandelplan met u opstellen en goed voedingsadvies geven.

Voor meer informatie kunt u met ons contact opnemen.

Er zijn twee dodelijke konijnen ziektes die we kunnen voorkomen met een vaccinatie. Dit zijn Myxomatose en RHD (Rabbit Haemorrhagic Disease of wel Viral Heamorrhagic Disease (VHS)). Wij raden alle konijnen eigenaren aan hun konijn te vaccineren tegen deze twee dodelijke konijnenziektes.

De vaccinatie tegen Myxomatose en RHD voor konijnen

Het beste kan een konijn gevaccineerd worden in het voorjaar. Wij vaccineren alle konijnen met het Nobivac Myxo RHD PLUS vaccin. Deze vaccinatie beschermt uw konijn tegen:

  • Myxomatose
  • RHD1
  • RHD2

De vaccinatie biedt voldoende bescherming gedurende één jaar en moet dus jaarlijks worden herhaald. Wij adviseren u om uw konijn te laten vaccineren vanaf een leeftijd van 7 weken.

vaccinatie konijn
Vaccinatie beschermt ook binnenkonijnen

Vaccinatie dagen tegen gereduceerd tarief

In 2025 vaccineren wij konijnen in de maanden maart en april tegen een gereduceerd tarief! In deze twee maanden kunt u uw konijn voor €68,25, in plaats van €84,75, uw konijn laten vaccineren. Tijdens de vaccinatie wordt uw konijn helemaal nagekeken door de dierenarts en al uw vragen worden beantwoord.

Voor meer informatie of het plannen van een afspraak kunt u contact met ons opnemen.

Myxomatose en RHD bij konijnen

Myxomatose en RHD zijn dodelijke konijnen ziektes. Van RHD zijn er twee varianten; RHD1 en RHD 2.

Myxomatose

Myxomatose is een dodelijke virusziekte die wordt overgebracht door stekende insecten zoals muggen en vliegen. Ook is besmetting door direct contact met wilde konijnen of gras (waar wilde konijnen in gelopen hebben) mogelijk.

Konijnen die ziek zijn, zijn hangerig en hebben verdikte oogleden. De meeste dieren die de ziekte oplopen gaan dood. Soms lukt het met een intensieve behandeling om een konijn te redden. Wilt u meer lezen klik dan hier.

RHD of VHS

Rabbit Haemorrhagic Disease is ook een dodelijke virus ziekte. De ziekte verspreidt zich voornamelijk via urine van konijnen, maar ook door ontlasting en besmet materiaal (kooien, voerbakjes en drinkflesjes). Daarnaast door direct contact tussen konijnen en door stekende insecten. Op plaatsen waar wilde konijnen voorkomen kan vers geplukt gras een besmettingsbron zijn. Ook groente uit moestuinen is vaak een besmettingsbron voor konijnen die zelf niet buiten komen.

Na besmetting kan het konijn binnen enkele dagen overlijden. Het konijn wordt sloom en suf, eet niet meer en kan benauwd worden. Koorts en pijn kunnen optreden en in het laatste stadium bloederige neusuitvloeiing. Het konijn sterft aan bloedingen overal in het lichaam. Soms zijn konijnen ook plots dood zonder voorafgaand ziekt te zijn geweest. Wilt u meer lezen klik dan hier.

Puppy’s en kittens worden in de eerste levensweken meerdere keren
gevaccineerd om hen te beschermen tegen ernstige en besmettelijke
ziekten. Tot nu toe vond de laatste vaccinatie in het eerste levensjaar
plaats rond de leeftijd van 1 jaar. Op basis van nieuwe internationale
inzichten passen wij dit vaccinatieschema nu aan.

Waarom een aanpassing?

Uit recent onderzoek blijkt dat sommige pups en kittens op 12 weken
leeftijd nog antistoffen van de moeder (maternale antistoffen) in hun
bloed hebben. Deze antistoffen kunnen ervoor zorgen dat de vaccinatie
op dat moment minder goed werkt of zelfs helemaal niet aanslaat. Dit
kan ervoor zorgen dat een pup of kitten onvoldoende beschermd is in het
eerste levensjaar. Dit willen we graag voorkomen!

Om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk dieren goed beschermd zijn, is
het nieuwe advies om de vaccinatie op 1 jaar leeftijd te vervroegen naar
6 maanden leeftijd. Dit is het moment waarop de antistoffen van de
moeder meestal verdwenen zijn en het immuunsysteem optimaal
reageert op de vaccinatie. Zo zorgen we ervoor dat er meer dieren, goed
beschermd zijn tegen dodelijke ziektes zoals parvo, hondenziekte en
kattenziekte.

Wat betekent dit voor u en uw dier?

Zoals u van ons gewend bent, nodigen wij pups en kittens rond 6
maanden leeftijd al uit voor een groeicontrole of juniorconsult. Vanaf juli
2025 combineren we dit consult met de nieuwe vaccinatie op 6
maanden. Daarna ontvangt u weer jaarlijks een oproep voor de
vervolgvaccinaties, die dan plaatsvinden op 1,5 jaar, 2,5 jaar, enzovoort.
Nieuwe vaccinatieschema’s in het kort:

Voor puppy’s:
– Huidige schema: 6, 9, 12 weken, 1 jaar, jaarlijks
– Nieuw schema: 6, 9, 12, 25 weken (6 maanden), 1,5 jaar leeftijd, daarna jaarlijks

Voor kittens:
– Huidige schema: 9, 12 weken, 1 jaar, jaarlijks
– Nieuw schema: 9, 12, 25 weken (6 maanden), 1,5 jaar leeftijd, daarna jaarlijks

Heeft u vragen over deze wijziging of wilt u alvast een afspraak
inplannen voor het 6-maanden consult? Neem dan gerust contact met
ons op. We helpen u en uw dier graag verder!

Afgelopen week berichtte de NOS over onbevoegde dierenartsen die aan het werk zijn bij een grote keten.

Hoe zit dit nu precies?

Alle dierenartsen en paraveterinairen (assistentes) die in Nederland werken, zijn verplicht zich aan te melden bij het Diergeneeskunde register. Echter werkt de zoekmachine van dit register erg slecht. Het zoeken van dierenartsen op naam, lukt vaak niet. Zo kan het lijken alsof een dierenarts niet geregistreerd is, terwijl dit eigenlijk helemaal niet zo is. Dit blijkt ook het geval bij de berichtgeving van de NOS.

Dit register houdt niet bij of dierenartsen en paraveterinairen ook regelmatig nascholen. Dit is namelijk voor onze beroepsgroep niet wettelijk geregeld.

Onze praktijk

Bij ons zit je goed! Al onze dierenartsen en paraveterinairen die bij ons werken hebben uiteraard een geldig diploma en zijn bij het diergeneeskunde register geregistreerd. Onder het kopje ‘over ons’ kan je van de dierenartsen de registratie nummers terug vinden.

Naast gediplomeerd personeel, zorgen we als dierenkliniek ook dat al ons personeel regelmatig nascholing volgt. Zo blijven we goed op de hoogte van alle nieuwe ontwikkelingen op het gebied van diergezondheid, welzijn en gedrag. Ook voor het katvriendelijk en angstvrij werken worden regelmatig nascholingen gevolgd.

Brachycephalic Obstructive airway  Syndrome (BOS)

Bink is een vrolijke Boston terriër van 1 jaar oud. Hij heeft het zogenaamde BOS (Brachycephalic Obstructive airway Syndrome). In normaal Nederlands, zijn neus is zo kort dat alle normale structuren er minder goed inpassen dan bij bv een Duitse herder met een mooie lange snuit. Hierdoor hebben dit soort kortsnuitige honden het structureel benauwd. Toch gek, want het klinkt zo gezellig dat geknor toch?! Wist je dat deze dieren in hun bloed minder zuurstof hebben dan dieren die wel een normale lange snuit hebben? Snurk geluiden in rust is niet normaal, het dier is dan benauwd.

Dieren met BOS hebben

– te kleine neusopeningen

– te volle neus

-te lang zacht gehemelte

-vergrootte amandelen

-afwijkende structuur van het strottenhoofd

– te smalle luchtpijp.

Hierdoor moeten ze met elke gezellig klinkende snurkende ademhaling, veel grotere zuigkracht toepassen om evenveel lucht binnen te krijgen, in vergelijking met een labrador bijvoorbeeld. Op de oudere leeftijd krijgen deze dieren  hierdoor gezondheidsproblemen. Denk aan toegenomen benauwdheid, zomaar flauwvallen, hoest klachten en chronische snotneuzen.

Naast benauwdheid echter ook heel veel maagdarm problemen, zoals zomaar opgeven van eten, veel braken, diarree, hikken of boeren, slechte eetlust. De maag wordt nl elke ademhaling in de borstholte gezogen, waardoor maagzuur ontstekingen in de slokdarm veroorzaakt. Ook komen er verschillende oogproblemen voor, omdat de oogkassen van de schedel te klein geworden zijn voor de oogbol.

 

Operatie

Gelukkig besloot de eigenaar van Bink er op jonge leeftijd wat aan te doen. Bij Bink hebben we zijn neusgaten operatief groter gemaakt, zijn amandelen verwijderd en zijn gehemelte ingekort. Nu krijgt hij veel meer lucht binnen en heeft minder kans om al die gezondheidsproblemen te ontwikkelen op latere leeftijd. Ook hebben we Bink gelijk gecastreerd, want met dit soort problemen, kan je beter niet verder fokken met Bink. Na twee weken kwam Bink op controle en was hij goed hersteld van de operatie!

Wetgeving

Afgelopen jaar is er invulling gegeven aan de Wet Dieren, waarop fokkers worden aan gespoord om honden met langere snuiten te fokken. Wij zijn hier heel blij mee. Omdat zo veel onnodig en onbekend dierenleed wordt voorkomen.

 

 

Nagels knippen is iets waar veel eigenaren tegen op zien en graag door ons laten uitvoeren. Wat nou als we vertellen dat u echt thuis de nagels van uw eigen hond of kat kan knippen? Met de volgende tips willen we u helpen om dit thuis te oefenen.

Hoe knip je de nagels van uw hond of kat angstvrij?

De voorbereiding

  • Zorg voor een antislip ondergrond, zoals een handdoek, tapijt of yogamat. Een gladde ondergrond kan stressvol voor een dier zijn.
  • Gebruik een kalmerende geur zoals lavendel, kamille. Nog beter zijn feromonen, zoals Feliway en Adaptil.
  • Zet zachte muziek aan op de achtergrond. Onderzoek heeft aangetoond dat dieren klassieke muziek, soft rock en reggae als kalmerend ervaren.
  • Zorg voor genoeg kleine hapslik-weg snoepjes

Oefenen

De meeste problemen ontstaan vaak doordat iemand te veel in één keer wil doen. Door het op te knippen in kortere stapjes en alles los te trainen, maakt u sneller progressie. Ga bij de onderstaande stappen pas verder naar de volgende stap als uw huisdier volledig op zijn gemak is bij de voorgaande stap. Hierbij mag het dier geen tekenen laten zien van stress, zoals smakken, staart tussen de poten, oren plat, wegkijken of vluchten, trillen, worstelen etc. Voor elk dier zal de snelheid waarmee je vooruit kan anders zijn.

Leer je dier wennen aan het volgende:

  1. Laat uw dier plaatsnemen op de anti-slip ondergrond in een positie naar keuze (staand, zittend of liggend) en beloon hem/haar met snoepjes.
  2. Leg de nagelknipper voor het dier op de grond en laat hem/haar het voorwerp onderzoeken. Beloon weer met snoepjes. Leg de nagelknipper iets dichterbij. Beloon ook dit weer met snoepjes.
  3. Knip met de nagelschaar stukje droge pasta, terwijl je dit in de buurt van de nagel van je dier houdt. Beloon je huisdier. Herhaal dit een aantal keren.
  4. Beweeg uw hand langzaam vanaf de schouder of heup langzaam richting het pootje. Beloon met snoepjes.
  5. Beweeg uw hand langzaam vanaf schouder/heup richting het pootje. Pak dan voorzichtig de teen/nagel vast en knijp er zacht in. Beloon je huisdier met een snoepje.
  6. Beweeg weer uw hand vanaf schouder/heup richting de poot en raak met de nagelschaar de nagel aan. Beloon dit ook weer goed en herhaal het.
  7. Wanneer uw huisdier op zijn/haar gemak is bij bovenstaande stappen, probeer dan 1 nageltje te knippen. Beloon dit ook direct weer met snoepjes. Ga alleen naar de volgende nagel als u geen tekenen van stress ziet.

Nog wat tips

  • Zorg ervoor dat het nagelschaartje scherp is. Botte schaartjes kunnen pijn veroorzaken wanneer de nagel geknipt wordt.
  • Knip liever vaker kleine stukjes af dan minder vaak een groot stuk.
  • Probeer alleen het dunne puntige deel te knippen en niet het dikke nagelbed.
  • Let erop dat u de nagels niet te kort knipt, want dit is pijnlijk.
  • Doe rustig aan! U hoeft niet alle nagels in 1x te knippen.

Hopelijk heeft u zo voldoende tips om thuis aan de slag te gaan. Indien uw nog vragen heeft, dan kunt u altijd contact met ons opnemen. Ook het gebruik van voedingssupplementen of medicatie kan soms nodig zijn om te oefenen met uw huisdier. Wij zijn uiteraard bereid om u hierin te adviseren

Angst voor vuurwerk

Huisdieren kunnen in paniek raken van knallend vuurwerk. Huisdieren associëren het geknal en de lichtflitsen met onweer. Instinctief weten ze dat dit gevaar met zich mee kan brengen en uiten dit met angstig gedrag, de een meer dan de ander. Vuurwerkangst gaat niet vanzelf over. Integendeel het wordt vaak elk jaar erger.

Hoe ziet u of uw huisdier angstig is?

Een bange hond kan gaan hijgen, blaffen, piepen, wegkruipen en trillen. De houding van de hond  daarbij is laag, staart laag, oren laag, wegkijken. Sommige honden raken echt in paniek en slopen dingen, lopen weg of springen door ruiten heen. Katten laten angstig gedrag minder goed zien. Er zijn katten die wegkruipen of weg rennen. Door uw  hond of kat te troosten of hem veel aandacht te geven als hij schrikt maar nog niet bang is, wordt de angst voor vuurwerk versterkt en steeds erger. U beloont hierdoor het angstige gedrag van uw dier.

Wat kan u doen?

Probeer  schrik gedrag geen aandacht te geven, niets zeggen en niet aanhalen. Want als baas geef je dan duidelijk aan dat jij er niet bang voor bent, sterker nog, er is helemaal niets bijzonders aan de hand. Is uw hond bang?  Dan is het belangrijk om bij uw hond in de kamer te blijven en uw hond mag dicht bij u op de grond liggen. Zo steunt u hem zonder angstig gedrag te belonen. De meeste dieren zijn door het gedrag van de baas (er is niets bijzonders aan de hand) gerustgesteld en gaan langzaam minder reageren op het geluid. Ten slotte: laat een angstig dier nooit alleen.

Advies van uw dierenarts

Wij adviseren om bij angstige honden ruim voor oud en nieuw (drie a vier maanden) te gaan trainen met een vuurwerk cd. Dit werkt het beste als er nog geen vuurwerk wordt afgestoken, bijvoorbeeld in september of in het voorjaar.  Deze cd is bij ons verkrijgbaar. Het combineren van deze training met natuurlijke middelen tegen vuurwerkangst kan helpen om een goed resultaat te bereiken. Bij heel angstige honden adviseren we om samen met een gediplomeerd gedragsdeskundige te gaan trainen, soms zelfs in combinatie met angst remmende medicijnen.

Tips voor oudejaarsavond:

-Sluit de gordijnen en laat radio of televisie aan.
-Doe lichten aan zodat de flitsen minder fel zijn.
-Reageer zelf niet op vuurwerk geluiden of flitsen.

-Maak een veilige plek voor de hond, bijvoorbeeld een bench met extra dekentjes, mits de hond aan een bench gewend is.

-Afleiding geven met gevulde kong of kauwbot, of spel.
-Angstig gedrag niet belonen met aandacht en zeker niet met straf.
-Blijf in dezelfde ruimte, ga rustig zitten en lees bv een boek. Terwijl uw huisdier in uw buurt mag liggen.

-Hang een doek over de kooi bij vogels.
-Laat uw hond op zijn eigen plaats liggen en negeer schrik gedrag.
-Laat uw hond aan de riem uit en houdt uw katten binnen.

Koop een vuurwerk cd voor volgend jaar om samen met uw huisdier te trainen. Zo kunt u uw huisdier aan leren dat harde geluiden niet eng zijn. Begin op tijd met deze training bijvoorbeeld in September of juist in het voorjaar.

Extra ondersteuning bij angstige dieren oudejaarsdag zelf:

Is uw hond angstig en heeft u niet kunnen trainen?  Bij matige angst kunnen natuurlijke middelen  goed helpen. Bij zeer angstige dieren zetten we medicijnen in die angst remmend werken. Soms combineren we natuurlijke middelen met medicijnen voor een beter effect. Vuurwerkangst gaat nooit vanzelf over, integendeel het wordt meestal elk jaar erger. Wij geven u graag advies om dit te voorkomen.

Middelen die vuurwerkangst versterken

Het gebruik van acepromazine raden we af, omdat het de angst voor vuurwerk op lange termijn juist versterkt. Dit middel (acepromazine) is online te koop en zien we ook geregeld in de dierenspeciaalzaak liggen.  Geef dit alstublieft niet!

Wij geven u graag advies wat bij uw dier het beste werkt.

De schappen liggen weer vol met heerlijke chocolade letters en andere chocolade lekkernijen We krijgen regelmatig de vraag wat je moet doen als je hond of kat chocolade gegeten heeft. Belangrijk is om zo snel mogelijk actie te ondernemen. Chocolade is giftig voor honden en katten, met name bij kleine honden kan de giftige dosis snel bereikt worden.

Wat kan je doen als je hond of kat chocolade heeft gegeten?

Neem altijd meteen telefonisch contact op en vertel ons:

-hoe zwaar uw huisdier is.
-hoeveel chocolade hij heeft opgegeten.
-wat voor chocolade het was, pure chocolade is schadelijker dan melkchocolade.
-neem de verpakking mee naar ons toe.

Laten braken

In de meeste gevallen zullen we u adviseren om direct naar de praktijk te komen. We kunnen dan een prik geven waardoor uw huisdier de chocolade kan uitbraken. Laten braken heeft binnen vier uur zin, daarna passeert het eten naar de darmen en kunnen we alleen de optredende verschijnselen behandelen.

Vroeger werd er wel geadviseerd om zout te geven om een dier te laten braken. Het is echter gebleken dat dat zout in die hoeveelheden vaak ook giftig is. Gebruik daarom GEEN zout om je hond of kat te laten braken, maar schakel de hulp in van de dierenarts. Een opname bij de dierenarts na een zoutvergiftiging is immers duurder dan gelijk langskomen voor een prik om te braken.

Verschijnselen chocolade vergiftiging:

-hijgen, onrust
-spiertrillingen;
-koorts;
-hartritmestoornissen;
-overlijden met name bij kleine honden.

De verschijnselen worden veroorzaakt door de stof theobromine die in chocolade zit. In pure chocolade zit het meeste theobromine. In witte chocolade zit bijna geen theobromine. Meer informatie vindt je hier.

Hebt u twijfels of vragen, bel dan altijd met de dierenarts ook buiten openingstijden.

 

Zorg met aandacht